Presse

Viersen Jazzfestival 2015

Das Stefan Schöler Trio bot aktuellen Jazz vom Feinsten.

Das deutsch-niederländische Stefan Schöler Trio machte dem Jazzfestival alle Ehre. Hier auf Bühne 2 ging es wirklich um Jazz. Der Klever Pianist Stefan Schöler nennt seine Musik stilistisch Neobop. Er nimmt also die traditionellen Techniken von Swing und Bebop auf, er greift Kompositionen von Gershwin, Cole Porter, Miles Davis und Carla Bley auf, und mit den Erfahrungen eines heutigen Jazzers mit Improvisationen etwa im Freejazz macht er etwas ganz Neues, Eigenständiges daraus.

Er prägt ein schönes Bild, als er beschreibt, dass die klassische Harmonik für ihn nur der Bademantel für gewagte harmonische Verbindungen ist. Der schlaksige junge Mann setzt sich an den Flügel, scheint fast hineinzukriechen, aber bei seinen flinken Läufen über die Tasten wagt er den Sprung in tiefes Wasser voller überraschender Strömungen.

Bei seinen Neukompositionen kann er sich auf zwei Partner verlassen, die ihn nicht nur begleiten, sondern ihn immer wieder auffangen und zum Luftholen nach oben holen: der Bassist Rico de Jeer und der Schlagzeuger Thijs Bastiaans. Das Trio in der klassischen Besetzung Klavier, Bass, Schlagzeug hat große Vorbilder. Schölers Trio schiebt die Tradition beiseite und bietet leichthändig ihr homogenes Zusammenspiel an. Wenn Schöler davon spricht, Musiker müssten nach der modernen Wahrheit suchen, dann klingt das arg hochgestochen, doch beim Zuhörer versteht man diese ernsthafte Suche, die auf der Kenntnis des Alten und der Neugier nach neuen Klangwelten fußt. Dazu passt, dass Schöler auch elektronisch “fremdgeht”.

Rheinische Post

Jazzpodium

Intimen Feinsinn und sensitiven Zusammenklang gibt’s auch zu hören auf der Debutscheibe des Stefan Schöler Trio “Introducing Stefan Schöler” (egpro records stsc 0506-1). Gemeinsam mit Jan Flubacher” b ” und Joop van Erven” dr ” widmet sich der aus dem siegerländischen Kreuztal-Kredenbach stammende in den Niederlanden lebende Pianist in differenzierten Kompositionen” ” melodisch melancholischem Gedankengang und weich fließendem Timing der lyrischen Tradition” ” wie sie von Bill Evans in die Geschichte des Jazz eingebracht wurde.

T.Boecker, Jazzpodium

Jazzflits

Als de titel ‘Introducing Stefan Scholer’ u bekend voorkomt dan klopt dat. ‘Introducing…’ heette ook de eerste cd van Brad Mehldau. Maar behalve het feit dat de Amerikaan en de jonge Duitser Stefan Scholer beiden piano spelen en hun debuut met een trio vulden” ” houdt de vergelijking op.

Op deze cd staat namelijk geen gekwelde romantische pianomuziek in de lijn van Bill Evans of andere pianistische hoogstandjes. De in Arnhem opgeleide Scholer kiest er niet voor om te imponeren met ingewikkelde pianistiek. Zijn muzikale voorkeur lijkt eerder bij “”musicians’ musicians’ als Herbie Nichols en Elmo Hope te liggen. Wat we horen” is een integere pianist met een licht toucher en gevoel voor subtiliteit en avontuur. Geen barstensvol plaatje met gaapverwekkende stukjes maar iets meer dan drie kwartier compacte composities en solo’s die to the point zijn.

De zeven eigen werkjes volgen vaak een songstructuur of een bluesmodel ” en Mingus’ “”Pithecanthropus Erectus’ is een verrassende keuze” die goed tussen de rest past. Wat verder opvalt ” zijn de titels. “”Psalm 116/Thanksgiving For Deliverance’ en “”My Saviour’ getuigen van Scholers religieuze overtuiging. In het slotstuk” ” “”He Took Me’” geeft hij die ook muzikale invulling want het nummer heeft een sterke gospelfeel. Bassist Jan Flubacher en slagwerker Joop van Erven voelen zich daarbij als een vis in het water ” en completeren het organische trio.

Herman te Loo, Jazzflits

NRC Handelsblad

Hij heeft de Duitse nationaliteit” speelt jazzmuziek bezocht een bijbelschool heeft een vrouw en twee kinderen en woont in Arnhem. Met zo’n profiel kom je niet op de Nederlandse tv en met zijn debuut cd Introducing Stefan Schöler maakt hij het zichzelf het nog moeilijker. Want wie wil er luisteren naar een musicus die geen standards speelt” geen beroemde (gast)musici mee laat doen en niet op de hoes laat zetten dat hij “eigenlijk” een genie is?

Hoewel Schöler meedeelt geen “retrokunst” te willen maken lijkt hij zo weg gelopen uit de jaren vijftig. Zijn fraseringen zijn rafelig” het instrument waarop hij speelt is geen Steinway Grand of Bösendorfer maar een Yamaha c5 piano met aanleg voor artritis.

Dat deze pianist desondanks toch “communiceert” is te danken aan een soort poëtisch talent dat waarschijnlijk alleen is besteed aan hen die vertrouwd met de zijstraten van de bebopjazz. Wie nog nooit naar Argonne Thornton” Elmo Hope ” Gildo Mahones en Dick Twardzik geluisterd heeft kan deze pianist misschien beter nog even laten wachten. Dit is een plaat voor gelouterde jazzo’s en Schöler is “pas” 31.

Frans van Leeuwen, NRC Handelsblad

“Ich bin immer sehr erfreut wenn ich nicht den so-und-so-vielsten Klon des so-und-so-vielsten Klons höre, sondern jemand der sich die Mühe macht ein eigenes Geräusch zu finden.”

Michiel Braam